Niet-ondersteunde browser.Gebruik een recente browser

"Paniek in het Dorp" ... een schitterende overbrenging !

Meteen al wanneer Stéphane Aubier en Vincent Patar hun reeks Paniek in het Dorp hebben voorgesteld, heeft Cinergie met enthousiasme gereageerd. Wat een idee! Voor de camera het kinderspeelgoed van onze jeugd te herrijzen; cowboys, indianen, wielrenners, dieren van de boerderij en andere plasticfiguren van onze kinderjaren tot leven te brengen en ze de gekste avonturen te laten beleven dat enkel de geest van een kind kan uitvinden. En de animatie, out of fase, gehakt, nagebootst op enkele houdingen van figurines, gaf aan het geheel een ongelofelijke dynamica. De ruwe stijl van het decor en van de realisatie concentreerde de aandacht op het essentiële. De „nonsense“, direct geërfd van de Monthy Python Flying Circus, de buitengewone stemmen en de ongelofelijke regionale accenten van de personages maakten het tafereel compleet. Uiteindelijk, boven alles, de mentaliteit van die deugnieten die onnozele verhalen en grappen maken in de stijl van het liedje J'ai 10 ans van Alain Souchon ... we hebben van alles genoten. Maar om daarom een langspeelfilm te maken van deze verzameling van gags op een niet bij te houden ritme, in kleine sequenties van 10 minuten maximum, daar hadden wij onze bedenkingen over.

Een langspeelfilm, dat vraagt toch om andere ambities. Men moet het verhaal in de lengte schrijven, zijn schrijfstijl aanpassen, personages met een goed gestructureerd karakter ontwikkelen en vooral van versnelling veranderen. Het helse ritme van de tien minuten kan niet op meer dan een uur volhouden worden, behalve als men het hoofd van de toeschouwer doet ontploffen. Men moet een andere ademhaling vinden. Meer dan één getalenteerde filmmaker van kortfilms heeft zich verspeeld door zijn wereld om te zetten in een langspeelfilm.  Stéphane Aubier en Vincent Patar, met hun coscenaristen Vincent Tavier en Stéphane Malandrin, hebben drie jaar aan hun script gewerkt, door te schrijven, door hun verhaal, gags, dialogen af te werken en door hun ideeën zorgvuldig in de gegeven tijdsduur te doseren.
De film maakt groot gebruik van deze kwalitatieve voorbereiding. Hoewel men enkele langdradigheden vaststelt, en men een beetje rondloopt op het einde, kijkt men naar Paniek in het Dorp tot op het einde zonder zich te vervelen. Het scenario stelt een afwisseling in tempo voor, van het adagio naar het allegretto, die de regisseurs handig op de lengte beheren om het absoluut noodzakelijk vloeiend tempo te creëren voor het succes van een langspeelfilm.
Op het eerste gezicht denkt men echt te kijken naar een overbrenging van de reeks op groot scherm. Er is Cow-Boy, Indiaan, Paard, Steven, Janine, Politieagent en de dieren. Er is altijd het huis van Paard, gebouwd op een heuvel met, daar tegenover, de boerderij van Steven en in het midden, het hutje van Politieagent. Men vindt heel wat gags geïnspireerd, en zelfs direct genomen, uit de televisiereeks (de boterham met choco van Steven), maar de schijn is bedrieglijk. Er is een echt verhaal, die meer biedt dan een eenvoudige opeenvolging van komische verwikkelingen. De figuren hebben geëvolueerd. Cow-Boy en Indiaan, de storende kinderen en knoeiers, worden interessanter. Paard, hun knorrige grote broer, van eenvoudig bijfiguur, krijgt een eigen, privé en zelfs liefdesleven. Eén van de voornaamste bijdrage van de film is de komst in dit wereldje van de kleine jongens van Mevrouw Longrée, aanbiddelijk merrieveulen met een sensuele stem en sierlijke sjaals, pianolerares (het toppunt voor een hoefdier), waarmee Paard een liefdesverhaal vol passie en romantiek leeft. De bijfiguren worden eveneens echte actoren, meer onderwerpen dan voorwerpen in het verhaal. Janine, bijvoorbeeld, wanneer Steven in de gevangenis zit, ontwikkelt een aspect van haar personage, vol emoties en acties, ondenkbaar in de televisiereeks.
 
Vanuit een technisch standpunt, hebben de regisseurs zich aan de scope aangepast. Het decor is breder, beter afgewerkt. De ontwerpers hebben zich enkele grafische fantasieën kunnen veroorloven, zoals de enigszins gotische omgeving van het conservatorium. En de animatie, zonder zijn gehakt karakter te verliezen, gericht op de houdingen van de speelgoedfiguurtjes, is vloeiender: de hoofdfiguren ontwikkelen meer houdingen.
Het hoofdargument van het scenario wordt grotendeels door de televisie aflevering De kaarten dieven geïnspireerd. Onze helden worden bestolen door vreemde onaardse wezens die ze vervolgen tegen alle verwachtingen in tot in hun hol. Volgt een genadeloze strijd voor het bezit van de begeerde voorwerpen die tot in de finale het bestaan van twee verschillende, maar nochtans zeer nabije werelden opstelt. Daarbij zijn er talrijke nieuwe elementen die het verhaal diepgaand verrijken. Het eerste deel is een lange inleiding die de sfeer opbouwt, met de aflevering van de bakstenen, het conservatorium, de verjaardag van Paard, de vernieling en vervolgens de wederopbouw van het huis.
De helse achtervolging, waar men, zonder enige logica, van een eendenvijver naar een iglo van de noordpool gaat, van bevroren vlaktes naar het voertuig die als schuilplaats dient voor de waanzinnige geleerden. De stad van atlantes, waar de bovenvermelde onvergetelijke strijd  zich afloopt. De grote kunst van de auteurs is dat ze erin geslaagd zijn, om tijdens de hele oefening, de algemene toon te behouden die in de reeks wordt ontwikkeld, die er een echte "Madeleine" van Proust maakt door ons  in de onschuld van onze kinderjaren te dompelen. Door bemiddeling van deze speelgoed figuurtjes, kijkt men naar het kind dat speelt. Men stelt  zich de referenties voor (ouders, leraren, kennissen) die min of meer bewust de inspiratiebron geweest zijn om de figuurtjes te creëren. Men verrukt zich van de bijzondere band met de werkelijkheid, typisch bij kinderverhalen, met enerzijds een zeer eenvoudige maar sterke logica, en anderzijds, een soms totale afwezigheid van samenhang. Men wordt aangesproken door de verhouding met de wereld, niet  te eenvoudig, niet zonder redelijkheid, van de snotneus in korte broeken die bewust is van de wereld rondom hem en die weergeeft wat hij ervan waarneemt.  Het is Indiaan die bakstenen op Internet bestelt, Steven op zijn tractor die zijn dieren de wei instuurt, terwijl Politieagent het verkeer beheert, Paard die met de auto de dieren aan hun pianoles ophaalt, in het conservatorium, de stal waar onze drie helden na het verlies van hun huis verwelkomd worden om te slapen en die als een slaapzaal op zomerkamp wordt gezien. Het zijn deze elementen, natuurlijk, veel meer dan de verwikkelingen van het verhaal die tot gevolg hebben dat men (of niet) bekoord is, dat men blijft hangen (of niet) en dat men (of niet) blijft vastplakken tot het einde.
Zonder zich te serieus te nemen, zijn de vrienden met een know-how begonnen om een rijker, en meer ontwikkeld concept te maken. Bovendien hebben zij zich duidelijk goed geamuseerd en laten ze ons dit in volle medeplichtigheid delen. Dit is niet niks, want zonder dit gedeelde plezier, de grote beheersing die men in de beelden voelt voorbijgaan, en het zorgvuldige werk die dit ondersteunt, zou de film tot niets dienen.

 

Marceau Verhaeghe voor Cinergie