Niet-ondersteunde browser.Gebruik een recente browser

Over honden en mensen

Het Mongolië van Peter Brosens lijkt onvatbaar : droge steppen, verdord door het stof en de wind, en een stad – één enkele stad – waar meer dan één derde van de bevolking woont ; een stad die evenzeer verdord en aangetast lijkt. De herinnering aan een nabij verleden, waarin de communistische regering koos voor een Sovjet-urbanisatie en tekende voor de opbouw van immense, functionele maar koude en charmeloze gebouwen. De stad is slechts een verlengde van de woestijn, een hoopje grijs – al even levensloos als haar omliggende vlakte.

Toen de film werd opgenomen, was het land verdeeld tussen een nomadenverleden, de collectivistische periode, en de diepe val, onder druk van haar grote Russische en Chinese buren, in een ongeremd kapitalisme dat het levensritme van de bevolking volledig overhoop haalt. Deze nieuwe wending van het regime legt een maatschappij op waarin mensen die zich niet aanpassen aan de nieuwe realiteiten, een nieuwe manier van leven, sedentair, stedelijk, handel enzovoort, worden overgeleverd aan pure ellende, tenzij ze zich terugtrekken in hun traditionele levensstijl. Hierover handelt State of Dogs van Peter Brosens, die ons de voorbije jaren doorheen zijn films de ingrijpende veranderingen toont die het land doorkruisen. City of the Steppes, zijn vorige film uit 1994, toonde zichzelf als een uitgebreid gedicht over de zwerftochten in de stad van Oulan Bator, met de vinger wijzend naar muren, straten en mensen, naar de sporen van een geschiedenis in wording. State of Dogs herneemt deze elementen, maar deze keer in de vorm van een parabel.

Basaar de hond sterft in het begin van de film, neergeschoten door een professionele honden-doder, officieel aangesteld door de overheid, die gedwongen is om het probleem van de zwerfhonden in de hoofdstad op een drastische manier op te lossen. Deze jager, een bijna mythisch figuur, wordt echter veracht en verworpen door de bevolking, die zijn werk beschouwt als een ernstige schending van de Mongoolse traditie die stelt dat dieren naar behoren behandeld moeten worden - vooral dan honden die volgens de Mongoolse legendes na de dood zouden incarneren in mensen. De parallel tussen mensen en honden is duidelijk. En ook al is de relatie tussen beiden veranderd na het nomadische tijdperk, wanneer de bevolking vooral bestond uit herders die als partners met honden omgingen – een symbiose die vandaag de dag in de stedenlijk omgeving van Oulan Bator onmogelijk in stand te houden valt -, toch hebben Mongolen hun diep respect voor dieren behouden. Vandaag nog, behandelen ze honden respectvol, met de menselijke incarnatie in hun achterhoofd.

Maar in de nieuwe Mongoolse samenleving in volle ontwikkeling dreigt deze houding sterk te veranderen en het welzijn van de honden, en van de bevolking, lijkt in gevaar. Op deze manier volgen we enerzijds deze werknemer, paria van het nieuwe Mongolië dat hem opsluit in zijn kaste, net als de voormalige werknemers van slachthuizen, in de categorie van de onaantastbare moderne zielen, weinig bruikbaar in de nieuwe samenleving. Anderzijds, volgen we de honden waarop hij jaagt en enkele andere personen, vertegenwoordigers of niet, van de inwoners van het land, waaronder een verheven dichter en een jonge vrouw die later het leven zal schenken aan de man waarin Bazaar zal incarneren.

Naast het thema van de film, moet ook de vorm ervan worden aangehaald; fijngehakt, fragmentarisch – terughoudend bij het vertellen van het verhaal, op een dunne grens tussen fictie en documentaire, droom en werkelijkheid, tussen mythe en bewijs. Het ontplooit zich in de wanorde, van episode naar episode, en niemand weet wanneer we het leven van Basaar de hond dromen, of wanneer hij het leven van de mensen droomt. Nu eens tragisch, dan weer triviaal, allegorisch of prozaïsch, dit verhaal toont zich slechts doorheen wazige indrukken, laag over laag, met moeite en angstig voor een slecht voorteken.

 

Benoit Deuxant (La Médiathèque).