Niet-ondersteunde browser.Gebruik een recente browser

« Les plages d’Agnès » van Agnès Varda

Agnès Varda vertelt haar leven, zonder overdreven uit te pakken, eerder door de krachtlijnen en de poëtische dynamiek tussen het intieme en het publieke, tussen lot en cinema te benadrukken. Het  lijkt op een groot zandkasteel, ingewikkeld en vol fantasie, waarvan de wind al de lijnen heeft vervaagd, de arrogantie van de hoge en moorddadige torens heeft verzacht, de manier "waarop alles samenhangt" mysterieus heeft gemaakt…

Het strand is de natuurlijke en spirituele habitus waar zij zich terugvindt en vertelt, waar ze creëert en plannen maakt. Het is het landschap dat het meest op haar innerlijkheid lijkt. Weerspiegeling. Kust en golfbranding waar men zich alles herinnert, waar men graag over zichzelf vertelt omdat de wind één op de twee zinnen meeneemt. Agnès Varda wandelt langs een strand waar de getijden van het leven haar experimenten, haar avonturen, haar problemen, haar geluk weergeeft en zij plukt daarin haar onderwerpen zoals drijvende houtstukken, gestrande voorwerpen die zij opraapt om iets anders te creëren, haar voorbijgaand en licht verhaal. Zoals altijd heruitgevonden, terug geïnterpreteerd in haar films. Zij vindt een narratieve rode draad die haar eigen is (en zij weet altijd de basisprincipes van het verhaal in kwestie te brengen door te proberen, door te testen, door te durven en zo steeds op een jonge, nieuwe manier iets te vertellen).

Achteruitlopend, voor de camera, guitig, begint zij met een klassieke biografie, vermeldt zij de wieg, haar kinderjaren, haar scholing, precies alsof ze de bladzijdes draait van een album. Maar door beroep te doen op een metaforische mise en scène, door de elementen te plaatsen zoals in een met veelzijdige facetten installatie. Zeer snel gaat haar normaal leven verwikkelt geraken met haar leven als filmmaakster. En terwijl zij haar eerste stappen als beeldenontwerpster vertelt, ondervraagt zij deze eerste momenten, door ter plaatse terug te keren, door de getuigen terug te vinden, en maakt zij een montage van momenten van vroeger (de beelden van toen) en momenten van vandaag (de plaatsen, de acteurs die zij zijn geworden). Zij vertelt eveneens de vriendschappen en het creatief netwerk dat zij met en rond haar heeft ontwikkeld naarmate zij haar pad vindt (Jean Vilar, Noiret, Piccoli, Depardieu in zijn eerste films, Calder, Godard, Resnais…). Zij beschrijft het als iets dat nog altijd levend, vol levenskracht, actief is zelfs al zijn veel van deze acteurs gestorven.

Door de meeste van deze persoonlijkheden te vergezellen, door met hen samen te werken, door ze te fotograferen, behoudt zij de nagedachtenis ervan, maakt zij het mogelijk ze te eren… Zij vertelt dus, als een verhaal (de eerste laag van het geheugen), zij wisselt af met de gefilmde foto's van haar dierbaren en vrienden en zal ook foto’s toevoegen van onbekenden die zij op de vlooienmarkt gevonden heeft (haar archiefgeheugen die zich uitbreidt aan andere levens, van bekenden of onbekenden), ze voegt er fragmenten van haar films tussen (geheugen van haar cinema gelinkt aan gebeurtenissen in haar leven, echo’s van haar carrière, dagboek van haar successen en mislukkingen), en ze maakt de vertelling ook dynamisch met plastische en grappige merkende situaties, zoals kinderen die op het strand spelen en doen "alsof het echt is", en zij erkent de genegenheden en diepe affiniteiten die haar leven van de anderen onderscheidt (Jacques Demy, haar familie), zonder vrees om zich bloot te leggen, met tranen in de ogen (de tijd die voorbijgaat). Zij vermeldt vlug haar afspraken met de geschiedenis (La Nouvelle Vague), vermeldt met passie de zaken die haar in opstand brengen en met kabaal haar betrekking met de sociale revolutie van de jaren ‘70 in de Verenigde Staten.

Van deze verschillende lagen die de stroom en eb van haar verhaal samenstellen, stijgt een geringe en progressieve vervoering, die de magie van haar creatief proces onthult, een gevoel voor montage die het scherm en de toeschouwer met eenvoudige dingen kan verlichten, dingen die, zonder haar, onopgemerkt hadden kunnen voorbijgaan, na elkaar geplaatst en zo een onverwachte betekenis krijgen, echte cinema die iets aantoont. (Zelfs "Sans toit ni loi" bestaat uit eenvoudige gebaren dat zij verandert in een edele taal van opstand.) Zij heeft belange nog niet alles verteld, alles wordt met een levendige en attente geest weergegeven, soms als een aanstelster (zoals wanneer men in films speelt), en ze is altijd gulzig om te verkennen en te ontmoeten, zoals wanneer zij, in het huis van haar kinderjaren, een Brusselse verzamelaar van kleine treinen ontdekt. Een spannende, ontroerende en energieke film net als een lange wandeling met de noordenwind in het gezicht, belast met zout, dicht bij de golven die epossen, fragmenten van alle verhalen van de wereld met zich meebrengen.

Pierre Hemptinne (La Médiathèque)