Niet-ondersteunde browser.Gebruik een recente browser

Gilles Coulier

Gilles Coulier. Zegt de naam jou niets? Dan is er werk aan de winkel! Hij maakte niet alleen de kortfilm Mont Blanc, geselecteerd werd voor het filmfestival van Cannes, maaar regisseerde ook de hilarische serie Bevergem. Knap voor zo een jong talent. Nu is zijn eerste langspeelfilm klaar. Cargo is het ruwe verhaal over een vissersfamilie die wordt gedreven tot de rand van de afgrond. Kortfilm.be had de gelegenheid om de pieren uit de neus de vragen en dat delen we graag.

 

Zowel in Bevergem als in je kortfilms zijn die personages steeds zeer volks en dragen ze elk hun eigen kruis. 

COULIER: Ja, klopt. “Ik ben meer geïnteresseerd in het wenende meisje dan in de spelende kinderen”. Dat is bij mij exact hetzelfde. Dat is een hard realisme dat mij onwaarschijnlijk aantrekt en net dat écht zijn – dat Vlaams zijn – dat fascineert mij. Mensen zeggen me altijd: “Je gebruikt dat dialect.” Maar dat dialect is voor mij geen noodzaak. Het gaat erom die personages op zo’n echt mogelijke manier weer te geven. En dan komt er uiteraard automatisch een dialect bij kijken, want tenzij je een film maakt over een dictieleerkracht is er niemand ter wereld die perfect Algemeen Nederlands praat.

Je gaat dus op zoek naar authenticiteit. Maar ook naar de outcasts. 

COULIER: Tja, mensen die gelukkig zijn interesseren me niet.

Ongeluk komt in jouw werk voornamelijk voort uit het onvermogen tot communiceren, klopt dat? 

COULIER: Klopt. Ik kom zelf uit een gezin – net als vele anderen – waarin ik over heel veel mocht praten. Maar als ik naar sommige mensen kijk… Ik denk vaak: “Allez jongens, als jullie er nu even over praten, dan is het in orde”. Dan komt het goed. Dat gebrek aan communicatie is iets wat mij fascineert, want een gesprek zou zoveel oplossen. Bijvoorbeeld… In Cargo zit geen enkele vrouw. Mocht er een vrouw geweest zijn, dan had het probleem zich wel opgelost. Voor mij is de vrouw de zee; de zee die alles opslorpt, waar de mannen naar hunkeren. Maar ze kunnen er geen vat op krijgen, ze verliezen zichzelf. Het is helaas datgene wat zo onvatbaar is. De personages in Cargo hunkeren naar iets, maar kunnen er niet over communiceren.

Je zegt dat je personages voortkomen uit je eigen ervaringen of emoties. Geldt dat ook voor je langspeeldebuut Cargo

COULIER: Uiteraard. Cargo vertelt het verhaal van drie broers die hun vader verliezen. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in die vader-zoon-relatie. Net als in mijn kortfilms… Ik zie Cargo dan ook een beetje als een soort samenvatting van IjslandParoles en Mont Blanc. Ik ben heel trots nu de film af is, dat ik mijn eigen stempel heb kunnen drukken als jonge filmmaker. Dat ik de film eigen heb kunnen maken.

Want er is plots een heel nieuwe dimensie bij het maken van een langspeler. Bij het maken van een kortfilm zijn er maar twee mensen die je moet pleasen: jezelf en potentiële jury's of potentiële festivals. Want dat zijn de mensen die ervoor zorgen dat je een naam krijgt, die erop letten of je een eigen stempel hebt en ervoor zorgen dat je financieel verder geraakt voor een volgend project. Dat zijn eigenlijk de énige mensen die je gelukkig moet stemmen. Maar nu voor Cargo komt er plots een derde partij aan te pas, zijnde een commerciële groep. Zij willen cijfers zien. En dan beginnen de afwegingen. Maak ik een film voor mezelf? Maak ik een film voor de festivals? We hebben geprobeerd daar een mooie balans in te vinden. We hebben geprobeerd met die commerciële atmosfeer rekening te houden, zodat de film het potentieel goed kan doen bij een publiek. Dat was voor mij een nieuwe oefening. Bij Bevergem hebben we dat ook geprobeerd en is het gelukt. Er was gemikt op 150.000 kijkers en we zaten tegen de 700.000 kijkers. Kortom, ik wil niet dat het publiek het gevoel heeft: “Hij houdt geen rekening met ons.” Anderzijds wil ik altijd waarachtig blijven aan mijn oorspronkelijke visie, mijn stempel.

Michiel Philippaerts

 ***

Lees het volledige artikel op de pagina's van Kortfilm.be.

We raden je aan