Niet-ondersteunde browser.Gebruik een recente browser

Een portret van de jeugd

Hier had de film kunnen beginnen; een klein meisje wandelt een boekenwinkel binnen en blijft ietwat onbeslist voor de hoge boekenrekken staan. Het contrast is schrijnend tussen het kleine kind en het enorme aanbod aan boeken, waarvan we enkel de kaften zien – grote vertikale tekens, zowel symbolisch als fysisch overweldigend. De scène gaat over in een onrustwekkende stilte; wat gaat Stella doen? Uiteindelijk kennen we haar al een beetje als onvoorspelbaar, gewelddadig en brutaal. Wil ze haar vleugels spreiden? Gaat ze alles vernietigen en weglopen, of wil ze liever wat vragen stellen aan de boekhandelaar die haar stiekem in't oog houdt? De tijd verstrijkt. Uiteindelijk kiest ze een boek, betaalt en verlaat de winkel. “Les Enfants terribles” van Cocteau – een roman die we koesteren als teken van de jeugd, omdat er in dit boek een geraffineerde uiting van onszelf doorschemert. Hoewel het lijkt alsof het meisje willekeurig een boek genomen had, begrijpen we dat ze het doelbewust gekozen heeft of – beter nog – het boek heeft haar gevonden.

Voor deze beslissende gebeurtenis, leek Stella vooral een stadswilde die zich verveelt in de klas, spuugt op de jongens en meisjes slaagt die haar aanvallen. De familiale sfeer is niet vreemd aan de grappige zekerheid die ze weerspiegelt, een mengeling tussen een voorzichtig pragmatisme en een organische woede. Haar huis, haar “school”, is het werkmanscafé van haar ouders. Volledig op zichzelf toegewezen, onafhankelijk en zonder angst hokt ze samen met de stamgasten aan de bar, waar ze een soort totaal losgedraaide kennis opdoet wat haar niets nieuws bijbrengt en haar enkel harder maakt. Biervilten kaartenhuisjes en alcohol-dampen benevelen het geweten van een al bij al jong meisje.

In Stella herbeleeft Sylvia Verheyde onbegrensd haar eigen jeugd in de late jaren '70. In feite is het dus een schets van een omgeving en een tijdperk. Het café in de Parijse voorstad met haar talrijke karakters, ijdele mannen – meestal sociaal uitgesloten – melancholische lichamen verdronken in alcohol, net als dat van Guillaume Depardieu in één van z'n laatste verschijningen... Haar school neemt toch de sociale rol op; de middelmatige student wordt aandachtig gevolgd, gestimuleerd door het in de verf zetten van haar sterke punten. Wat betreft de ouders, is het beeld van de regisseur ook genuanceerd. Een man en een vrouw, aanhankelijk – teder zelfs – maar afwezig als opvoeders, volledig ondergedompeld in het leven van het café, de cliënten, alcohol en verleiding... Gevangen in deze microkosmos, zien ze Stella niet anders dan hun clienten; ze eet wat aan de bar te krijgen is en draagt mooie volwassen kledij. Ze moet het zelf maar uitzoeken en zichzelf weten te beschermen.

Zonder misplaatste accenten, zonder al te diepe ellendigheid (al is de vakantie met haar oma in het Noorden wel gruwelijk), wordt Stella verrijkt door het talent van de acteurs, waarvan enkelen reeds te zien waren in de vroegere films van Sylvie Verheyde. Af en toe zijn er wel wat blunders; een licht voorspelbaar, afgekuiste film, maar de verwaarloosbare minpunten verdwijnen al snel op de achtergrond. De film is opgedeeld in afgesloten werelden die best niet met elkaar in contact komen; het café, de kamer, de school, de famillie van Gladys, het Noorden, de boeken. Deze werelden vormen Stella's mentale categoriën en ze slaagt erin ze te verenigen, door te schipperen op zoek naar evenwicht. Een evenwicht dat de film op zijn beurt weerspiegelt, met voldoende afstand opdat uit een specifiek persoon, een mooi portret van de jeugd groeit.

 

Catherine De Poortere (La Médiathèque).

We raden je aan