Niet-ondersteunde browser.Gebruik een recente browser

Director's Statement We Will Remember Them

Ik ben geboren en opgegroeid in Ieper, een stad die voor de rest van haar dagen in het teken lijkt te staan van het herdenken van de ‘de Grote Oorlog’. In de periode 1914-1918 werd de streek volledig verwoest. Meer dan een half miljoen jonge mannen lieten hier het leven.

Van jongs af werd ik dag in dag uit met het herdenkingslandschap geconfronteerd.

Ieder schooljaar opnieuw stond het verplicht in mijn agenda: een bezoek aan het In Flanders Fields Museum, aan de vele kerkhoven en aan de Menenpoort, waar we de dag afsloten met de Last Post. Later leerde ik meer over het groeiend toerisme: toen ik als jobstudente op de Grote Markt van Ieper souvenirs en chocolade verkocht.

Ieper werd naar historische plannen perfect heropgebouwd tot aantrekkelijke toeristische trekpleister. Met horden en drommen komen de toeristen er de oorlog herbeleven.

Ze bewonderen de perfecte symmetrie van de kerkhoven, bezoeken musea en gaan zelfs op zoek naar een (ver) familielid. Iedereen lijkt fysiek deel te zijn geworden van een collectief rouwproces. Maar daarnaast geniet men ook graag van de vele lokale specialiteiten, waar voornamelijk souvenirs en chocolade in reusachtige getale over de toonbank gaan. Maar ook het cultuuraanbod liegt er niet om: concerten, fototentoonstellingen en zelfs musicals lijken hun inspiratie te putten uit de Grote Oorlog. Ze prijken dan ook veelvuldig op de agenda. Een ruim aanbod zodat elke doelgroep bereikt wordt. Het mag voor velen misschien brutaal in de oren klinken, mijn beeld van dit grote menselijke drama werd danig bezoedeld door die constante, ontspannende bedrijvigheid rond herdenken. Ook de perfect idyllische omgeving, waar de kerkhoven zich vaak bevinden, deden me weinig denken aan de gruwel van weleer.

Op mijn 18de trok ik naar Brussel waardoor ik steeds anders ben gaan kijken naar mijn geboortestreek. Herdenken kent natuurlijk vele dimensies, maar welke betekenis heeft het vandaag nog voor het individueel en collectief geheugen? Een vraag die pas echt aan de oppervlakte kwam, na het verlaten van deze streek. Afstand creëert perspectief. Zo zag ik de bezoekersaantallen in de Westhoek alleen maar stijgen. Al die toeristen moeten vanzelfsprekend rondgeleid worden, eten, drinken, slapen, ontspannen, shoppen en ga zo maar door. Ik zag hoe de ‘disneyficatie’ van het herdenken langzaam, maar zeker mijn streek trof. Maar het blijft een moeilijk evenwicht.  Met andere woorden, waar ligt de grens tussen sereen herdenken en de platte commercie, tussen nooit vergeten en dubbeldik onderstrepen?

Aangezien mijn jeugd verzadiging rond die Oorlog met zich meebracht, dacht ik niet om ooit nog op dit thema terug te keren, maar afstand creëerde ook appreciatie. De drang ontstond om dit dubbele gevoel -  appreciatie ten aanzien van die rijke geschiedenis en de huidige dynamiek tegenover een kritische blik op de vele herdenkingsmechanismes -  in een film te verbeelden.  Een film die geen mening opdringt, maar enkel vanuit direct beeld en geluid, haast ongepaste vragen durft te stellen.

Waarom wordt dit kleine strookje van amper 26km lang, Flanders Fields genaamd, de laatste jaren steeds meer bezocht vanuit alle uithoeken van de wereld? 

Is het er een soort Mekka van de Vrede geworden in een wereld waar we de ogen maar al te makkelijk sluiten voor de huidige menselijke drama’s en oorlogen? Wat zegt de streek, haar bewoners en bezoekers over ons menszijn? Gaat herdenken niet meer over zij die herdenken dan over zij die herdacht worden? Hebben we de behoefte het verleden te sacraliseren en de onzekerheden van het heden te verhullen?

Met verwondering, bewondering, verbazing, ongeloof en emotie, heb ik kunnen vaststellen hoe de Grote Oorlog nog steeds deel uitmaakt van het dagdagelijkse leven. Drie jaar lang reisde ik met camera doorheen dit herdenkingslandschap.

We Will Remember Them is een persoonlijke observatie van de fascinerende en ongekende diversiteit aan dynamieken die het herdenken van WOI teweegbrengt.